Openbare besturen, claim your public space!

Afbeeldingsresultaat voor crystal ship

Vorige week had ik het genoegen om het woord te voeren op de Helden van Kortom, een jaarlijkse bijeenkomst van de Vlaamse vereniging voor overheids- en socialprofitcommunicatie.

Er werd mij gevraagd deelnemers in te leiden in de wondere wereld van de storytelling.
Toen ik, plichtbewust als ik ben :-), aan het voorbereiden sloeg om er een zo interessant mogelijke uiteenzetting van te maken, ging ik op zoek naar het Oneerlijk Voordeel van openbare besturen. U weet wel, de term die mijn compagnons de route Kurt Ostyn en Cis Scherpereel lanceerden om die troef te benoemen die voor jou het verschil maakt ten aanzien van concullega’s. Die troef waarvan anderen beweren dat het niet eerlijk is dat jij die bezit.

Al vrij snel was mijn huiswerk gemaakt, want ik loop al een tijdje met een onbehaaglijk gevoel dat te veel openbare besturen kansen laten liggen.
Want weet je wat volgens mij het oneerlijk voordeel is van openbare besturen?
Jawel, de publieke ruimte.

Welke organisatie, welk bedrijf kan zeggen dat zij een gemeente of stad ter beschikking heeft om haar verhaal te brengen?
Wie kan op iconische gevels of drukbezochte kruispunten subtiel maar ongestoord boodschappen uitspelen naar haar klanten toe?
Wie bezit de kracht om haar troefkaarten in het openbaar domein uit te spelen?

Jawel, het zijn de openbare besturen.
Als geen ander hebben zij de mogelijkheid om hun project met visuele elementen kracht bij te zetten.
Op die manier nemen zij hun klanten mee in hun verhaal.
En vergis u niet, de term klanten is hierbij niet willekeurig gekozen.
Meer dan ooit ben ik ervan overtuigd dat ook burgers het verdienen als echte klanten bediend te worden. Sterker nog, er wordt met belastingsgeld gewerkt.
Dan verdient iedereen toch resultaat?

Om met de woorden van Arbeid Adelt (toepasselijke bandnaam trouwens) te eindigen:
Openbare besturen, waar wacht je nog op?

Vince The Prince en Sven The Pineut

Schermafbeelding 2019-05-21 om 12.20.21.png

Magistraal was het, de manier waarop dit weekend de marketinggevoelige Marc Coucke samen met zijn nieuwe bestuursploeg de malaise rond Anderlecht doorbrak en de nieuwe Messias binnenhaalde.
Plots verdween het historische nieuws dat de club voor het eerst in meer dan 50 jaar niet Europees speelt, naar de achtergrond.
In plaats van rouwende supporters kreeg je plots weer een geloof in eigen kunnen.
Wie had dit een week geleden voor mogelijk gehouden?

En toch, ik wil niet te kritisch zijn, maar toch;
er zit een klein smetje op het blazoen van Marc en co.
Want de aandachtige sportliefhebber kon zondagavond ook een interview bekijken met Sven Kums, aanvoerder van de paarse club uit het Brusselse.
Zijn reactie was enigszins sneu en dat had niet alleen te maken met de nederlaag die avond tegen AA Gent.
Ongetwijfeld was het voor hem niet leuk om bij elke vraag over Vincent Kompany te moeten zeggen dat hij het eigenlijk ook maar via de media vernomen had.
De captain van het team waar Company volgende maand mee aan de slag gaat, werd dus over het hoofd gezien?

Sorry, maar dat kan beter.
Tijdens elke lezing benadruk ik telkens opnieuw hoe belangrijk je eigen medewerkers wel zijn bij het uitdragen van je boodschap. Je hebt ze, gebruik ze.
Enthousiaste medewerkers zorgen voor authentieke ambassadeurs. Zo simpel is het.

Dus tien minuten voor de perslancering een berichtje sturen naar je eigen spelerskern, het had een wereld van verschil kunnen betekenen.

Het zal wel met enthousiasme en ongeduld te maken hebben, zeker?